Print deze pagina

NIEUWS

Overzicht > Opvolger Innovatieplatform van start

Opvolger Innovatieplatform van start

SER-voorzitter Rinnooy Kan presenteert nieuw tienjarenplan. Het Innovatieplatform is dood, leve de KIA-coalitie. De coalitie van dertig organisaties uit het bedrijfsleven en de kenniswereld presenteerde gisteren online haar Kennis en Innovatie Agenda (KIA). 

Doel van de coalitie onder voorzitterschap Alexander Rinnooy Kan is om Nederland weer in de mondiale top 5 van kennislanden terug te brengen. In 2009 zakte Nederland van de achtste naar de tiende plaats op de Global Competitiveness Index (GCI), een internationale kennisranglijst.

Het Innovatieplatform, dat onder leiding stond van premier Jan Peter Balkenende, bestaat vanaf vandaag niet meer en zal in een volgende kabinetsperiode niet herrijzen. 'In een nieuwe kabinetsperiode moet er een ander type adviesorgaan komen', zegt Rinnooy Kan, SER-voorzitter en voormalig lid van het Innovatieplatform. 'Het platform stond te veel op afstand. Het zou een rol moeten spelen bij de middelentoewijzing.'

Het Innovatieplatform werd in 2003 opgericht om de Nederlandse kenniseconomie naar een hoger niveau te brengen. Door de val van het kabinet kwam vroegtijdig een einde aan het platform. De KIA-coalitie zet nu zelfstandig een deel van het werk voort.

In 2020 moet de overheid volgens de KIA-coalitie structureel euro 5 mrd meer aan kennis en innovatie uitgeven. Ook de private investeringen aan onderzoek zouden over tien jaar tussen de euro 2,5 en euro 4,5 mrd hoger moeten liggen dan nu het geval is. Ook Philips-topman Gerard Kleisterlee en wetenschapper Robbert Dijkgraaf zitten in het bestuur van de coalitie.

In 2015 moet er al een aantal concrete resultaten zijn geboekt, vinden de coalitiepartners. Zo moet het aantal leerlingen dat met een reken- of leesachterstand naar het voortgezet onderwijs gaat, worden gehalveerd. Ook moet het aantal studenten dat deelneemt aan zogenoemde excellentieprogramma's zijn verdubbeld. Anders dan voorheen nemen de leden van de coalitie, onder meer universiteiten en onderwijsbonden, zelf de verantwoordelijkheid voor de realisatie van deze doelen. 'Ook zijn de indicatoren om de vooruitgang te meten, verbeterd', aldus Rinnooy Kan.

Voormalig secretaris van het Innovatieplatform, Frans Nauta, zegt dat hij 'wat huiverig' is voor de nieuwe coalitie. 'Het klinkt als de ultieme polderlobbyclub. Al sinds de Innovatienota uit 1979 is het duidelijk dat er een paar harde knopen doorgehakt moeten worden in Nederland. Dat gebeurt niet en dat heeft alles te maken met actief lobbywerk en conflictmijdende politici.' Nauta schreef in 2008 een kritisch boek over het Innovatieplatform.

Voordat de overheid extra gaat investeren in innovatie, moet volgens Nauta eerst een aantal knelpunten worden aangepakt. 'Die zijn overzichtelijk: te weinig concurrentie in de onderzoeksfinanciering, te veel geld voor fundamenteel onderzoek en te weinig voor toegepast onderzoek, en te weinig beloning voor ondernemerschap. Het probleem is dat deze relatief eenvoudige ingrepen tegen de bestaande belangen ingaan. Die bestaande belangen waren ruimschoots vertegenwoordigd in het Innovatieplatform en zijn dat ook in de KIA-coalitie.'

Volgens SP-Tweede Kamerlid Sharon Gesthuizen was het Innovatieplatfom vooral een old boys network. 'De kleine en middelgrote bedrijven vielen buiten de boot, terwijl je daar juist veel innovaties kunt verwachten.' Rinnooy Kan verwerpt deze kritiek. Hij wijst op de introductie van de innovatievouchers, waarmee mkb-bedrijven met een subsidie kennis kunnen inkopen bij kennisinstellingen. 

Bron: fd.nl